Welkom op
de website van de afdeling Radiotherapie
van het Catharina-ziekenhuis.
De afdeling Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis
in Eindhoven heeft 6 lineaire versnellers om radiotherapie toe te passen.
In Eindhoven is de afdeling Radiotherapie onderdeel van het Catharina-ziekenhuis
(cze).
Op de
website van de afdeling Radiotherapie staan voorlichtings films over
radiotherapie.
De behandelingen die uitgevoerd worden op de afdeling Radiotherapie van het Catharina ziekenhuis in Eindhoven zijn uitwendige bestraling (teletherapie), inwendige
bestraling met behulp van radioactieve
bronnen (brachytherapie) en intraoperatieve bestraling (IORT).
Op de
website staan films over Radiotherapie.
De films gaan over het eerste gesprek
met de arts, de CT-scanner, de simulator, de mouldroom en over bestraling met
de lineaire versneller.
De films op de website van de afdeling Radiotherapie gaan in op de behandeling bij vijf vormen van kanker : prostaatkanker, borstkanker, longkanker,
hoofd/halskanker en darmkanker.
Op de website
van de afdeling Radiotherapie van het Catharina ziekenhuis staan voorlichtingsfilms.
Per jaar worden
meer dan 3000 patiënten met radiotherapie behandeld.
Op de films
is te zien hoe een bestralingsbehandeling
in zijn werk gaat. Er wordt een patiënt gevolgd
vanaf het moment dat hij binnenkomt op de afdeling Radiotherapie
tot en met de eerste bestralingsbehandeling.
Alle gesprekken en voorbereidingen voor de behandeling komen aan bod. Voor veel
patiënten is een bestraling
een gebeurtenis waarvoor zij gespannen zijn. Door precies in beeld te brengen
wat er tijdens deze behandeling gebeurt, wil de afdeling
Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis
een deel van de onzekerheid en spanning wegnemen.
De URL van de website
van de afdeling Radiotherapie van het Catharina ziekenhuis Eindhoven is www.radiotherapie-eindhoven.nl
De IMRT techniek wordt sinds mei
2006 gebruikt bij prostaat en mamma (borst) bestralingen.
Bij uitwendige bestraling wordt er straling opgewekt met
behulp van een apparaat (lineaire versneller)
dat op elk deel van uw lichaam gericht kan worden.
Bij de behandeling voor prostaatkanker worden er, voordat u een CT-scan
krijgt, 4 goudstaafjes (goudmarkers)
geplaatst op de poliklinische OK van de afdeling Urologie
van het Catharinaziekenhuis.
Bij sommige patiënten gebeurt dit niet. Uw radiotherapeut bespreekt
met u of u hiervoor in aanmerking komt.
Bij prostaatkanker gebruiken we de CT-scan om de positie van de prostaat
en de eventuele goudmarkers nauwkeurig te bepalen.
Er worden enkele kleine tatoeage puntjes
aan de voorkant en de zijkanten van uw lichaam aangebracht en met speciale inkt
tekenen we lijnen aan op de huid. Dit is nodig om u elke dag op dezelfde manier
te kunnen bestralen. De CT-scan is een röntgenapparaat waarmee we foto’s (dwarse
doorsneden) maken van het bekken. Ook gebruiken we de CT-scan
voor de berekening van de bestralingsvelden.
De CT-scan duurt ongeveer 20 minuten. De radiotherapeut geeft op de gemaakte opnames het te bestralen
gebied aan. Hierna wordt het bestralingsplan
gemaakt, waarbij de optimale manier van
bestralen bepaald wordt. Vervolgens worden uw bestralingsgegevens
ingevoerd in de computer van het bestralingstoestel.
De afdeling Radiotherapie
van het Catharina ziekenhuid in Eindhoven heeft films over de bestraling op de website staan.
Bij borstkanker vindt een CT-scan plaats.
De CT-scan
gebruiken we om het borstweefsel met meerdere dwarse doorsneden zo goed
mogelijk in beeld te brengen. Ook gebruiken we de CT-scan
voor de berekening van de bestralingsvelden.
U krijgt voor en/of tijdens de bestralingsserie een of meerdere CT-scans.
Bij sommige longbestralingen
maken we met de CT-scan foto’s.
De CT-scan gebruiken we om het doelgebied
van de bestraling en de omliggende organen met
meerdere dwarse doorsneden zo goed mogelijk in beeld te brengen. Ook gebruiken
we de CT-scan voor de berekening van de bestralingsvelden. Met speciale inkt tekenen we lijnen aan
op de huid.
Als u geen CT-scan
heeft gehad komt u voordat de bestralingen beginnen op de lokalisator-simulator.
Gewoonlijk wordt gesproken over de simulator. Met
dit apparaat kan men niet bestralen.
De simulator is
een röntgentoestel waarmee onder
doorlichting het bestralingsgebied wordt bepaald.
Het ingestelde bestralingsgebied leggen we vast
op een digitale röntgenfoto en we tekenen met
speciale inkt lijnen op uw huid aan.
Als
voorbereiding van de bestraling zijn er 3 mogelijkheden: u krijgt een CT-scan, u komt op de simulator of
beiden. Uw radiotherapeut zal in het eerste
gesprek uitleggen welke methode op u van toepassing
is.
Tijdens het bestralen ligt u precies in
dezelfde houding als tijdens de CT-scan en/of
het simuleren. Het is belangrijk dat u goed
stil ligt. Tijdens de bestraling bent
u enkele minuten alleen in de bestralingsruimte. De radiotherapeutisch
laboranten kunnen u op de monitoren zien en via een intercomsysteem
horen. Van de bestraling voelt u niets; u hoort
alleen het geluid van het bestralingstoestel.
Als voorbereiding van de bestraling op
het hoofd/halsgebied zijn er 3
mogelijkheden: u krijgt een (PET-) CT-scan,
u komt op de simulator of beiden. Uw radiotherapeut zal in het eerste gesprek uitleggen welke methode op u van toepassing is. De CT-scan
gebruiken we om het hoofd/halsgebied
met meerdere dwarse doorsneden zo goed mogelijk in beeld te brengen. Ook
gebruiken we de CT-scan voor de berekening van de
bestralingsvelden.
Bij de meeste slokdarmbestralingen
maken we met de CT-scan foto’s. De CT-scan gebruiken we om het weefsel van en om de slokdarm met meerdere dwarse doorsneden zo goed mogelijk in
beeld te brengen.
Bij de behandeling van prostaatkanker met brachytherapie
worden kleine Jodium-125 zaadjes in de prostaat geïmplanteerd. Jodium-125 is
een radioactieve stof die door straling kankercellen
kan doden. De zaadjes lijken op een vulpotloodstiftje en zijn 4 mm lang. Om in
aanmerking te komen voor een Jodium-125 implantatie moet de tumor beperkt zijn tot de prostaat.
Vooraf zullen daarom enkele onderzoeken worden gedaan.
Als u in aanmerking komt voor brachytherapie bij prostaatkanker krijgt u eerst een gesprek met de radiotherapeut. Vervolgens vindt een gesprek plaats met de anesthesioloog voor uitleg over de noodzakelijke narcose of
ruggenprik. Het kan zijn dat aanvullend bloedonderzoek, een longfoto of een
hartfilmpje (ECG) gemaakt worden. De behandeling brengt een ziekenhuisopname
met zich mee. Ter voorbereiding op de plaatsing van de zaadjes
wordt een echografie gemaakt van de prostaat. Echografie
houdt in dat de prostaat door middel van geluidsgolven in beeld wordt gebracht. Met de beelden van de
echografie kan het implantatieschema
driedimensionaal worden berekend. Op
basis hiervan worden de zaadjes met
behulp van dunnen naalden geïmplanteerd.
IORT
staat voor Intra Operatieve RadioTherapie:
bestraling tijdens de operatie. Tijdens
een operatie kan een bestraling
gegeven worden op de plaats waar de tumor verwijderd is. Hierdoor ontstaat zo
min mogelijk schade aan de gezonde cellen. Het Catarina ziekenhuis is
één van de weinige ziekenhuizen in Nederland dat beschikt over IORT.
Op de website van de afdeling Radiotherapie zijn films te zien
over bestralingen.
Vooral bij mensen die jarenlang in
zonnige landen hebben geleefd, kan vanuit een ooghoek heel langzaam een bindweefselvliesje (pterygium) over het oog
groeien. Het gezichtsvermogen neemt daardoor af. De gebruikelijke behandeling
is een operatie, maar soms blijkt dit niet afdoende te zijn en groeit het vliesje weer aan. Om dit te
voorkomen kan het nodig zijn om de patient daags na de operatie
te bestralen. Nadat u een gesprek met de arts heeft gehad wordt er een afspraak
gemaakt voor de bestraling.
Op de afdeling Radiotherapie
van het Catharine ziekenhuis
worden met name kwaadaardige
tumoren bestraald. Een klein percentage van de bestralingen betreft een
bestraling van een in principe goedaardige
aandoening. Het onderscheid tussen goedaardige en kwaadaardige tumoren is niet altijd zwart-wit. In de praktijk is er een geleidelijke
overgang tussen goedaardig en kwaadaardig,
waardoor ook sommige goedaardige tumoren in aanmerking komen voor radiotherpie.
Het verzorgen van, en bijdragen aan
opleidingen op het gebied van de radiotherapie
en klinisch fysica
is een primaire doelstelling van de functiegroep radiotherapie naast het verzorgen van een optimale bestralingsbehandeling van patiënten
verwezen voor radiotherapie.
http://www.cze.nl/Medische
ondersteuning - Radiotherapie - Radiotherapie nieuwe site.web - 2. Patiënt.web
- Inwendige bestraling.web - Prostaat.web - Voorbereiding.web/Voorbereiding.web
http://www.cze.nl/Medische
ondersteuning - Radiotherapie - Radiotherapie nieuwe site.web - 2. Patiënt.web
- Uitwendige bestraling.web - Bestraling darm.web/Bestraling darm
De
afdeling Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis bestraalt
borstkankerpatiënten volgens landelijke richtlijnen en de nieuwste technieken.
Bij een behandeling voor een longcarcinoom
(longkanker) wordt regelmatig een
foto gemaakt tijdens de bestraling
om de houding van de patiënt te controleren.
Het verzorgingsgebied
van de functiegroep radiotherapie
omvat het oostelijk deel van het Integraal Kankercentrum Zuid (IKZ), met name
het zuidoostelijk deel van Noord Brabant alsmede noord-Limburg.
Stereotactische
longbestraling. Zo heet de
bestralingstechniek die de afdeling
Radiotherapie van het Catherina-ziekenhuis sinds
maart 2007 kan aanbieden aan patienten met een
specifieke soort longtumor. In het Catharine
Ziekenhuis op de afdeling radiotherapie
voeren we IORT (intra-operatieve radiotherapie) uit, waarbij
de bestraling tijdens een operatie
plaatsvindt.
Brachytherapie is een bestralingstechniek waarbij een radioactieve bron dichtbij of in het tumorgebied wordt gebracht. De afdeling Radiotherapie van het Catharinaziekenhuis bestraalt prostaat
patiënten m.b.v brachytherapie. De afdeling
Radiotherapie van het Catharina ziekenhuis gebruikt brachytherapie om het Pterygium van het oog te
bestralen.
Op
de afdeling Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis worden
met name kwaadaardige tumoren
bestraald. Een klein percentage van de bestralingen
betreft een bestraling van een in principe goedaardige aandoening. De volgende aandoeningen kunnen
een indicatie geven voor bestraling: Extra botvorming na een heupoperatie (heterotopische botvorming),
Uitpuilende ogen (ziekte van Graves),
Bestraling van wild vlees (Keloïd),
Borstvergroting door hormoontherapie bij mannen met prostaatkanker
(Gynaecomastie),
Tumor in het hoofd ontstaan vanuit de hersenvliezen (Meningeoom),
Goedaardig gezwel in een deel van de hypofyse (Hypofyse adenoom),
Desmoid tumor,
Lekken van speeksel (Sialorrhee) t.g.v. ALS (Amytrofische Lateraal Scerose),
Peyronie’s ziekte,
Goedaardige zwelling (Adenoom) van de speekselklieren.
De afdeling biedt stageplaatsen aan studenten van diverse opleidingen zoals de
opleiding Medische Beeldvormende en
Radiotherapeutische Technieken (MBRT),
de HBO-opleiding Technische Natuurkunde, de opleiding
Doktersassistente en de opleiding Biomedische Technologie van de TU/e.
Radiotherapie wordt vooral
toegepast bij kankerbehandelingen.
Het bestaat sinds het begin van de 20e eeuw. De oorspronkelijke bestralingsapparaten gebruikten dezelfde röntgenstralen als die voor röntgenfoto’s.
De lineaire versnellers produceren door middel
van elektriciteit hoog energetische röntgenstralen en elektronen. Radiotherapie wordt toegepast om tumorcellen te vernietigen, en kan
onderdeel zijn van een programma om de patiënt te genezen (dit wordt radicale radiotherapie, of in opzet curatieve radiotherapie genoemd), of om de klachten te verminderen bij uitgebreide ziekte
(palliatieve radiotherapie, pijnbestrijding).
Radiotherapie wordt voorgeschreven
op dezelfde manier als een behandeling met medicijnen. Het voorschrift bevat
details over het soort straling,
de dosis, en een nauwkeurige informatie over het gebied dat bestraald gaat worden, evenals de verdeling
van de straling in het lichaam. De
berekening van een ingewikkelde behandeling kan meerdere uren in beslag nemen.
Deze berekeningen worden gedaan door radiotherapeutisch laboranten en fysici, om uiteindelijk
goedgekeurd te worden door de radiotherapeut
(verantwoordelijke medisch specialist).
Een
behandeling met radiotherapie
wordt gegeven over een bepaalde periode van soms één enkele dag tot meerdere
weken. Elke individuele behandeling in een dergelijke serie noemt men een
zitting.
Het
gebied dat bestraald wordt vanuit
een bepaalde richting noemt men een veld (in feite de projectie van de
bestralingsbundel op de huid). Een bestraling
wordt altijd uitgevoerd door bevoegde radiotherapeutisch
laboranten.
De afdeling Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis beschikt
over een eigen team van technici.
Simulator:
röntgenapparaat waarmee de positie van het bestralingsapparaat
nagebootst kan worden. Onder doorlichting kan men de tumor of organen zien.
Planning Computer: apparaat waarmee complexe berekeningen worden gemaakt om de dosisverdeling in het lichaam vast te
stellen.
Moulage:
Masker om patiënt te immobiliseren tijdens radiotherapie.
Dit wordt vaak gebruikt bij radiotherapie
van het gebied van het hoofd en de hals.
Brachytherapie: Vorm van radiotherapie waarbij men van dichtbij of
in de weefsels de bestraling
toepast. Men gebruikt hiervoor diverse radioactieve bronnen.
Simulator: röntgenapparaat waarmee de positie van het bestralingsapparaat nagebootst kan worden.
Onder doorlichting kan men de tumor
of organen zien.
Kanker ontstaat doordat zieke
cellen zich sneller dan normaal gaan vermenigvuldigen, waardoor een gezwel zich
ontwikkelt en de gezonde cellen worden verdrongen. Bovendien dringt een
dergelijk kwaadaardig gezwel door
in het omringende weefsel en kan daar schade aanrichten. Hierdoor kunnen zich
verschijnselen voordoen zoals pijn of bloedingen.
De cellen van zo’n gezwel
kunnen zich ook verspreiden door het gehele lichaam waardoor op andere plaatsen
nieuwe tumoren kunnen ontstaan.
Men spreekt dan van uitzaaiingen.(metastasen)
Bij radiotherapie (radio =
straling, therapie = behandeling) wordt gebruik gemaakt van de werking van
straling. Radiotherapie is van
grote betekenis bij de behandeling van kanker.
Soms wordt radiotherapie toegepast
voor goedaardige gezwellen en
andere ziekten. De bedoeling van radiotherapie
is de zieke cellen onherstelbaar te beschadigen.
De manier van bestraling kan verschillen.
Meestal is er sprake van uitwendige bestraling.
De uitwendige bestralingen worden
uitgevoerd met bestralingstoestellen
(lineaire versnellers) die zowel fotonen- als elektronenstraling
kunnen opwekken. Bij sommige aandoeningen, zoals bijvoorbeeld baarmoederhalskanker,
is het nodig om inwendige bestralingen
toe te passen met radioactieve bronnen. Deze bronnen worden in het lichaam
geplaatst en worden weer verwijderd nadat een van te voren bepaalde bestralingsdosis is bereikt.
De straling werkt op de celdeling waardoor cellen zich niet meer
kunnen vermenigvuldigen en afsterven. Een gezwel
vermindert daardoor in omvang of kan uiteindelijk verdwijnen. Gezonde cellen
herstellen makkelijker dan kankercellen.
Doordat de bestraling meestal in
kleine porties wordt gegeven, kunnen de gezonde cellen zich iedere keer voor
het grootste deel herstellen, terwijl kankercellen
dit minder goed kunnen en geleidelijk afsterven.
Meestal wordt de bestralingsdosis
niet in één keer gegeven, maar in gedeelten (zittingen). Al deze zittingen bij
elkaar heten een bestralingsserie. Het aantal zittingen per serie kan van
persoon tot persoon sterk verschillen; dit geldt ook voor het aantal zittingen
per week (van één tot meerdere keren per week). De radiotherapeut stelt aan het begin van de behandeling het
aantal bestralingen vast. De duur van de behandeling zegt niets over de ernst
van de ziekte. Soms wijzigt de radiotherapeut het aantal bestralingen, waardoor een bestralingsserie
langer of korter wordt.
Bij het eerste bezoek maakt u kennis met uw radiotherapeut.
Een radiotherapeut is een medisch specialist die patiënten behandelt met straling en verantwoordelijk is voor een
goede uitvoering van uw behandeling. In het eerste gesprek bespreekt de radiotherapeut met u onder andere het nut
van radiotherapie en de mogelijke
bijwerkingen. Als u naar aanleiding van dit gesprek nog vragen heeft, dan kunt
u hiermee tijdens een vervolgafspraak bij uw radiotherapeut
terecht. Deze heeft namelijk op bepaalde tijden spreekuur voor patiënten die
onder behandeling zijn. Zo blijft uw radiotherapeut
op de hoogte van de voortgang van uw behandeling en van eventuele
bijzonderheden.
Op de afdeling Radiotherapie werkt,
naast de radiotherapeuten, een
groot aantal andere medewerkers. De administratieve medewerkers en
receptionisten zorgen voor een vlotte afwerking van alle administratieve zaken
en voor een goed verloop van de afspraken. De radiotherapeutisch
laboranten voeren de dagelijkse bestralingen
uit.
Soms zijn hulpmiddelen nodig bij de behandeling. Deze worden dan gemaakt door
de moulagetechnicus
en de laboranten. De goede werking van de apparatuur wordt verzorgd door medisch technici.
De Medisch IT-Specialisten zorgen voor een
goede werking van de computer apparatuur en databases op de afdeling Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis.
De diëtiste houdt regelmatig spreekuur op
de afdeling om u te adviseren als u voedingsproblemen heeft.
Wanneer u voor de eerste keer op de afdeling radiotherapie
komt, krijgt u van de receptioniste
een afsprakenbrief voor de bestralingsvoorbereiding en de eerste bestraling. Bij één van de eerste bestralingen ontvangt u een brief met alle
volgende bestralingsafspraken.
Tijdens de behandeling is het van belang iedere verandering van medicijngebruik
te melden aan uw radiotherapeut of
de radiotherapeutisch laboranten.
Wilt u ook na de behandeling bij de controlebezoeken uw radiotherapeut op de hoogte houden van
eventueel medicijngebruik.
Het ongeboren kind is bijzonder gevoelig voor straling.
Daarom is het belangrijk om tijdens de bestralingsbehandeling
niet zwanger te worden. Zorg dus voor goede anticonceptie. Mocht u reeds zwanger zijn of twijfelt u hierover, bespreek dit dan
vóór het begin van de behandeling met uw radiotherapeut.
Op de moulagekamer worden maskers
en afblokkingen gemaakt. Voor bestraling
in het gebied van hoofd of hals is het maken van een masker nodig. Dit gebeurt
om twee redenen: om te voorkomen dat de positie van uw hoofd tijdens de bestraling verandert en om het bestralingsgebied op het masker aan te
tekenen zodat wij geen lijnen op uw hoofd of hals hoeven aan te tekenen.
Met de bestralingstoestellen
kunnen twee soorten straling
worden opgewekt: fotonenstraling
(ook genoemd röntgenstraling) en elektronenstraling.
Vóór iedere bestraling meldt u
zich bij de receptie. Bij de eerste bestraling
zal een radiotherapeutisch laborant(e) u uitleggen wat er gaat
gebeuren. Als u dat prettig vindt, kunt u iemand meenemen.
Het bestralingsgebied wordt met
een lichtbundel nauwkeurig ingesteld. De laboranten
doen dit aan de hand van de tekening op de huid (of een masker) en de gegevens
in de computer van de lineaire versneller.
Tijdens de bestraling bent u
ongeveer één à twee minuten alleen in de bestralingsruimte.
De radiotherapeutisch laboranten
kunnen u op monitoren zien en via een intercomsysteem horen.Van
de bestraling voelt u niets; u
hoort alleen het geluid van het bestralingstoestel.
De bestraling kan indien nodig
(bijvoorbeeld tijdens een hoestbui) onderbroken worden.
De lineaire versneller wordt
tijdens de bestraling gestuurd en
bewaakt door een computer. Tijdens de bestraling
houden de radiotherapeutisch laboranten
u, het apparaat en de computer continu in de gaten. Wanneer de bestralingsdosis is afgegeven, slaat het
toestel automatisch af. Door de bestraling
wordt u niet radioactief. Op het moment dat het bestralingstoestel afslaat, is de straling verdwenen en is er geen blootstelling aan straling meer voor u en uw omgeving.
Elektronenstraling wordt speciaal gebruikt voor aandoeningen die niet diep
liggen. De straling dringt slechts enkele centimeters in het lichaam door,
zodat het gezonde weefsel dat daarachter ligt weinig of geen straling krijgt. Omdat elektronenstraling
oppervlakkig werkt, kan eventueel een huidreactie optreden in de vorm van
roodheid.
Soms moet het omringende gezonde weefsel afgeschermd worden tegen de
elektronenstraling. Dit gebeurt dan met speciale afdekkingen die op de moulagekamer zijn gemaakt. De gang van
zaken is dezelfde als die bij de fotonenbestraling. Ook na een
elektronenbestraling bent u niet radioactief en is er geen blootstelling aan
straling meer voor u en uw omgeving.
Bij een inwendige bestraling wordt
geen gebruik gemaakt van straling
die opgewekt wordt door een apparaat, maar van straling uit radioactieve
bronnen die in het lichaam worden gebracht. Met een inwendige bestraling is het de bedoeling om de straling precies af te geven in het gebied
waar een tumor is of zich kan
bevinden. Met deze methode wordt de straling
in een klein gebied geconcentreerd zodat de kans op beschadiging van omringend
gezond weefsel meestal gering is. Soms kunnen de radioactieve bronnen makkelijk geplaatst worden in holle lichaamsruimten, zoals
in de vagina of slokdarm. Soms is een narcose nodig om de radioactieve bronnen
in het lichaam te brengen.
Wanneer de totale dosis straling
is afgegeven, worden de radioactieve bronnen verwijderd en is er geen
blootstelling aan straling meer
voor u en uw omgeving. Sommige inwendige bestralingen
kunnen poliklinisch plaatsvinden; voor andere inwendige bestralingen is een ziekenhuisopname nodig.
U krijgt altijd vooraf de nodige voorlichting van uw radiotherapeut, de radiotherapeutisch
laboranten en de verpleegkundigen.
Door de radiotherapie kunnen
bijwerkingen optreden, zowel tijdens de bestraling
als daarna. Deze zijn o.a. afhankelijk van het bestralingsgebied en de hoogte van de bestralingsdosis. De bijwerkingen treden
meestal niet direct op en kunnen per persoon verschillend zijn. Het is mogelijk
dat u helemaal geen of slechts zeer weinig klachten krijgt. Algemene klachten
kunnen zijn: vermoeidheid, futloosheid en een gebrek aan eetlust.
Als iets onduidelijk is, aarzel dan niet om dit te bespreken met uw radiotherapeut of de radiotherapeutisch laboranten. U voorkomt
daardoor dat goed bedoelde, maar soms tegenstrijdige adviezen verwarring
veroorzaken.
Vermoeidheid komt vaak voor als bijwerking van bestaling en is in dit geval dus geen direct gevolg van uw
ziekte. Deze vermoeidheid treedt tijdens de bestralingsbehandeling
op en verdwijnt meestal geleidelijk na beëindiging van de behandeling.
Soms kan bij radioterapie
de bestraalde huid rood worden. De roodheid hangt af van de stalingsdosis en treedt geleidelijk
op. Deze roodheid gaat soms gepaard met jeuk en een licht branderig gevoel. De
reactie is het sterkst in plooien (zoals liezen, oksels), operatielittekens en
daar waar de huid meestal wat vochtig is, bijvoorbeeld de bilspleet. De
huidreactie verschilt van persoon tot persoon en verdwijnt geleidelijk na de radiotherapie.
Haaruitval treedt alleen op in het gebied dat bestaald wordt. Dit gebeurt niet
meteen na het starten van de behandeling, maar pas ongeveer twee weken na het
begin van de radiotherapie.
Afhankelijk van de hoeveelheid straling
begint uw haar enkele weken na het einde van de bestraling weer te groeien. Het duurt dan
nog enkele maanden voordat uw haar weer volledig is
aangegroeid. Soms (bij een hoge bestralingsdosis
op de betreffende huid) kan de haaruitval blijvend zijn.
Wanneer u een dieet volgt (bijvoorbeeld voor suikerziekte of een nierziekte) of
bijzondere voedingsgewoonten hebt, is het van belang dit te melden aan uw radiotherapeut. Indien nodig, zal uw radiotherapeut u verwijzen naar de diëtiste
voor voedingsadviezen tijdens de behandeling.
Radiotherapie kan soms de eetlust
verminderen. Dit is van tijdelijke aard. Zelfs als u enkele dagen minder eet,
is er geen reden tot ongerustheid. Het lichaam beschikt over reserves om een
periode van slecht eten te doorstaan. Probeer wel steeds voldoende te blijven
drinken; een richtlijn is 1,5 liter per dag.
Meestal heeft men tijdens de radiotherapie
geen last van misselijkheid. Deze klacht kan wel optreden als u op de buik
(vooral bovenbuik) bestraald
wordt. De misselijkheid begint dan ongeveer één uur na het tijdstip van de bestraing en
is meestal een paar uur later weer over.
Bij bestrling
van de buik, kunnen de darmen vervelend gaan reageren. De darmen bewegen meer
en het gaat rommelen in de buik. Soms gaat dit gepaard met buikkrampen. Het
aantal keren dat u aandrang voelt en naar het toilet moet, neemt toe. Op den
duur kan de ontlasting ook dun of waterig worden. Na beëindiging van de bestraling, verdwijnen de klachten
geleidelijk vanzelf.
Bij bestraling in het gebied van
de blaas of prostaat kunnen
klachten ontstaan die lijken op die van een blaasontsteking, d.w.z. vaak kleine
beetjes plassen met soms een schrijnend gevoel tijdens
het plassen. Na beëindiging van de bestraling
verdwijnen de klachten geleidelijk vanzelf.
Wanneer mond, keel of slokdarm worden bestraald,
ontstaan na een paar weken slikklachten. Het doorslikken van voedsel wordt dan
pijnlijk. Na beëindiging van de radiotherapie
verdwijnen de slikklachten geleidelijk door herstel van de slijmvliezen.
Een droge mond ontstaat wanneer er onvoldoende speekselproductie is. Dit gaat
vaak gepaard met een verandering van smaak en een verminderde eetlust. Bij bestraling van de speekselklieren ontstaat
vrij snel, soms in de eerste week al, een gevoel van droge mond
dat geleidelijk toeneemt. Wanneer de mondholte en de speekselklieren in
het bestraalde gebied liggen, zal de radiotherapeut meestal een advies vragen
aan de kaakchirurg en begeleiding door de mondhygiëniste afspreken.
Het is meestal niet mogelijk om aan het einde van de radiotherapie direct vast
te stellen of het beoogde doel van de behandeling is bereikt. Dit komt doordat
het effect van radiotherapie pas weken tot maanden na beëindiging volledig
wordt bereikt.
Het succes van kankerbehandelingen is vaak pas na vele jaren te beoordelen. Als
u na de behandeling niet bij de radiotherapeut ter controle komt, zal hij
regelmatig naar uw toestand informeren bij uw huisarts of verwijzend
specialist. Als u hiertegen bezwaar heeft dan kunt u dit schriftelijk kenbaar
maken bij uw behandelend radiotherapeut.
Aan het eind van de behandeling krijgt u meestal een afspraak voor controle bij
uw radiotherapeut. Mocht de datum of tijd u niet schikken, bel dan op werkdagen
om de afspraak te veranderen, telefoonnummer 040 -2396400
Ook al heeft u geen afspraak, dan nog kunt u in geval van dringende zaken uw
radiotherapeut raadplegen. De medewerkers zullen hun best doen om op een zo
kort mogelijke termijn een afspraak te maken. Voor spoedsituaties buiten
normale werktijden, verzoeken wij u eerst uw huisarts te raadplegen. Deze kan
zonodig altijd de dienstdoende om advies vragen. Bij de receptie en in de
wachtruimtes ligt veel foldermateriaal ter inzage.
U kunt altijd terecht bij uw radiotherapeut en de medewerkers van de afdeling
om over uw ziekte of de behandeling te praten. Ook kan er behoefte bestaan om
met medepatiënten te praten. Mocht u in contact willen komen met
patiëntenverenigingen, gespreksgroepen of andere hulpverleners, dan kunt u dit
vragen aan uw radiotherapeut of aan één van de medewerkers van de afdeling. In
de wachtruimten kunt u foldermateriaal met aanvullende informatie vinden over
verschillende aspecten van kanker en radiotherapie.
De afdeling Radiotherapie heeft een aparte
ingang waar parkeergelegenheid aanwezig is.
Het Catharina-ziekenhuis
heeft een parkeerterrein met betaald parkeren.
Wij verzoeken u geen auto’s voor de ingang te laten staan en de verkeersregels
in acht te nemen.
U kunt parkeren op parkeerterrein P5, vlakbij de ingang van de afdeling Radiotherapie.
De gegevens over uw behandeling worden permanent bewaard. Uw huisarts en uw specialisten worden
op de hoogte gehouden van uw behandeling. Ook wanneer u op het spreekuur komt,
stuurt uw radiotherapeut, indien nodig, een
bericht naar uw huisarts en de medisch specialisten bij wie u bekend bent.
Daarnaast houdt de Regionale
Kankerregistratie bij hoe vaak en waar de verschillende vormen van kanker in Nederland voorkomen. Ook worden de
behandelingsresultaten geregistreerd. Het uiteindelijke doel is om met deze
gegevens de behandeling van mensen met kanker te
verbeteren.
Zonder uw uitdrukkelijk schriftelijk toestemming wordt door uw radiotherapeut geen informatie verstrekt aan anderen dan uw
huisarts, specialist(en) en Regionale Kankerregistratie (dus niet aan controlerend artsen, bedrijfs- of
keuringsartsen).
Brachytherapie is een
bestralingstechniek waarbij een radioactieve bron dichtbij of in het
tumorgebied wordt gebracht. Hierbij wordt een hoge dosis straling aan het
tumorweefsel gegeven waarbij het gezonde omliggende weefsel zoveel mogelijk
wordt gespaard.
Bij brachytherapie, van het Griekse ‘brachy’ =
‘dichtbij’ worden radioactieve bronnen tot dicht bij of in het
doelvolume gebracht. Een aantal van deze brachytherapiebehandelingen
wordt in combinatie met uitwendige bestraling gegeven.
Bij een brachytherapie behandeling is een aantal disciplines van binnen en buiten
de afdeling Radiotherapie betrokken. De radiotherapeutisch laboranten regelen alle afspraken en
zorgen voor onderlinge afstemming voordat de patiënt komt.
De radiotherapeut bepaalt de te bestralen
locatie en de te geven dosis.
Deze website
is gemaakt door Marieke Gilden-van der Ceelen en Wijnand Schenning ©